Cover of Niemand heeft iets gedaan

Niemand heeft iets gedaan

Niemand heeft iets gedaan

Listen for free

View show details

Season's Savings | 0.99 €/month for 3 months

5.99 €/month thereafter - terms apply. Cancel monthly.

Niemand heeft iets gedaan

door H.W. van Weijlen

15 oktober 2026


Aan het einde van de schooldag begint de klassendienst. Dat klinkt officiëler dan het is. In werkelijkheid wijs je twee kinderen aan die mogen ontdekken wat er gebeurt als twintig mensen zes uur lang in één lokaal verblijven en daarbij gezamenlijk volhouden dat ze nergens verantwoordelijk voor zijn.

“Meester, moeten wij vandaag?”

Dat weten ze natuurlijk allang. De klassendienst staat op het bord. Hun namen staan er sinds maandagochtend. Ze hebben er die hele week langs gekeken alsof het een waarschuwing voor gladheid betrof.

De opdracht is overzichtelijk: stoelen aanschuiven, papiertjes oprapen, tafels netjes zetten, potloden verzamelen en even met de bezem door het lokaal. Werk dat met enige tegenzin in vijf minuten gedaan kan worden. Daarom duurt het meestal twintig minuten.

Het eerste papiertje wordt gevonden naast een tafel.

“Van wie is deze?”

Dat is een interessante vraag, omdat het een propje papier betreft zonder naam, pasfoto of DNA-profiel. Toch wordt de klas geraadpleegd. Niemand weet ervan. Niemand heeft überhaupt papier gebruikt die dag. Dat er twintig werkbladen zijn uitgedeeld, doet daar niets aan af.

Onder een andere tafel ligt een halve gum.

“Die is niet van mij.”

Ook dat had ik niet gevraagd.

Vervolgens wordt een potlood zonder punt aangetroffen, drie stukjes plakband, een dop van een stift waarvan de stift zelf vermoedelijk al weken ergens uitdroogt en een banaansticker die op mysterieuze wijze aan een tafelpoot is bevestigd. Niemand heeft iets gezien.

Ik begin inmiddels te vermoeden dat het lokaal ’s nachts wordt gebruikt door een kleine groep vandalen met een voorkeur voor kantoorartikelen.

De twee kinderen van de klassendienst werken ondertussen volgens een taakverdeling die nooit officieel is afgesproken. Eén veegt. De ander begeleidt het vegen door aanwijzingen te geven.

“Daar ligt nog iets.”

“Ja, ik zie het.”

“Daar ook.”

“Doe het dan zelf.”

“Maar jij hebt de bezem.”

Dit is ongeveer het moment waarop ik begrijp waarom grote infrastructurele projecten in Nederland soms jaren vertraging oplopen.

Bij de kast wordt een verdwaalde lijmstift gevonden. Zonder dop, uiteraard. Een lijmstift met dop is op een basisschool een tijdelijke toestand. Net als een volledig gevuld etui of een schaar die gewoon ligt waar hij hoort.

Na een kwartier begint het lokaal warempel weer op een lokaal te lijken. Tafels staan recht, de vloer is grotendeels zichtbaar en de kinderen kijken trots om zich heen alsof ze zojuist eigenhandig een naoorlogse stadswijk hebben opgebouwd.

“Zijn we klaar, meester?”

Ik wijs naar een prop papier onder de verwarming.

Ze kijken ernaar.

“Die lag er al.”

Dat zou kunnen. Misschien lag hij er al toen de school werd gebouwd.

Ik laat hem oprapen.

Daarna mogen ze naar huis.

Ik blijf nog even achter en zie onder mijn bureau een potlood liggen.

Ik raap het op.

Het is blijkbaar van niemand.

Zoals bijna alles hier.


adbl_web_anon_alc_button_suppression_t1
No reviews yet